Posts tonen met het label Jams. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Jams. Alle posts tonen

8 mei 2012

Paardebloemstroop



Ze zijn hier in Almere ook niet veel gewend! Daar stond ik dan met mijn Hema-tasje naast het fietspad, dat iets drukker was dan ik eerst vermoedde, al hardop tellend, paardebloemen te plukken. Ik had mijn bakfiets weliswaar op een beschut plekje gezet, maar was afgedwaald en werd opeens aangestaard door meerdere voorbijgangers. Ik was zelf ook blij toen ik mijn 100e bloem plukte en weer huiswaarts kon.

De paardebloemenjam is een populair recept op dit blog en dat had ik nooit verwacht. Het leek mij een buitenbeentje, maar het is één van de populairste recepten. Je proeft er de citroen in terug, maar er zit ook een duidelijke honingsmaak aan van de bloemen en het is zeker iets anders dan je normaliter in de supermarkt zou kopen. Dus ik vroeg me af wat je nog meer met het gele paardebloemenextract kan doen. Na wat experimenteren kwam ik uit op een stroop, die bijvoorbeeld kan worden gebruikt als appelstroop op brood. Zo eet ik het nu tenminste.


Volgens het mooie adagium “eerst zien, dan geloven’ maakte ik een vrij kleine hoeveelheid, maar je houdt er zo’n twee jampotten aan over, dus dat is een aardige hoeveelheid om eens mee te beginnen.

Paardebloemstroop

100 paardebloemen
500 ml water
1 halve citroen, in plakken, inclusief schil
500 gr suiker

Was de bloemen niet, want dan was je ook de smaak weg. Snijd wel de groene kontjes eraf. Met een mes schuif je waarschijnlijk vrij makkelijk de gele bloemen uit het groene blad. Of pak het gele en groene gedeelte vast en trek ze van elkaar. Gooi het groen weg en doe alle gele delen in een pan.


Giet er een halve liter water bij en voeg de citroenplakjes toe en breng dit aan de kook. Laat het met een deksel op de pan een kwartier zachtjes doorkoken. Zet de pan daarna een nacht weg.

De volgende dag wordt de nu gele vloeistof gezeefd door een kaasdoek of een theedoek (zonder wasverzachterluchtjes) en dit wordt teruggedaan in een pan. Voeg de suiker toe. Breng dit aan de kook en laat dit rustig doorkoken om wat in te koken. Je kan het nu inkoken tot een schenkbare stroop of een zeer stevige stroop, maar dan wordt het wel vrij taai spul. Het moet de consistentie van hete honing hebben en je hebt er waarschijnlijk twintig tot dertig minuten voor nodig. Het zal dus nog vrij dun zijn, maar het wordt steviger tijdens het afkoelen. Ik gebruikte een suikerthermometer en liet alles doorkoken tot zo’n 120 graden. 130 graden levert een zeer compacte stroop op, die ik later weer heb verhit en verdunt met water. Dat ging prima overigens. En mocht de stroop na het afkoelen niet dik genoeg zijn, dan kan je hem natuurlijk ook weer verhitten en verder inkoken.



12 april 2011

Jam van paardebloemen


Het was een verrassend experiment. Je verwacht het haast niet, maar dit werd een erg lekkere jam van paardebloemen! Eigenlijk is het meer een gelei, want stukjes komen er niet aan te pas. Er zit wel wat werk aan en je moet natuurlijk de deur uit, tenzij je jezelf gelukkig kan prijzen met een grasveldje vol paardebloemen in de achtertuin…
De smaak wordt wat opgepept met een citroen en een sinaasappel, maar toch proef je heel duidelijk de honingsmaak van de bloemen. Een leuk klusje voor het weekend en de kinderen kunnen mooi eens helpen met plukken. Je hebt zo’n 200 gram bloemen nodig en wie niet de weegschaal mee wilt nemen het veld in, kan ik wel vertellen dat dit om en nabij 2 liter los gestapelde bloemen is. Overigens werkt iets meer of minder ook wel. Geen zorgen als het niet precies 200 gram is dus.

Jam van paardebloemen
Bron: onbekend - het recept verschijnt met dezelfde ingrediënten op veel Franse websites

ongeveer 200 gr paardebloemen, alleen de bloemen
1 citroen
1 sinaasappel
kokend water
1 kg geleisuiker


Was de bloemen niet, want dan was je ook de smaak weg. Snijd wel de groene kontjes eraf. Met een mes schuif je waarschijnlijk vrij makkelijk de gele bloemen uit het groene blad. Gooi het groen weg en doe alle gele delen in een kom.


Boen de citroen en sinaasappel wel goed schoon en snijd ze dan in plakjes, inclusief de schil. Doe dit bij de bloemen. Giet er dan zoveel kokend water op dat ze onderstaan, maar ongeveer 750 ml is mooi, want dat is de hoeveelheid waarmee je straks met 1 pak suiker de gelei kan maken.
Druk met een lepel op de schillen om wat sap los te krijgen. Dek de bak af en laat dit 24 uur staan.


Zet een vergiet op een kom en leg een kaasdoek of fijn geweven theedoek in het vergiet. Giet hier de bloemen en het water in en draai de doek stevig op om al het sap eruit te persen.

Breng een grote pan met water aan de kook en laat hierin de potjes voor de gelei goed doorkoken.

Meet het sap en giet het in een pan. Breng dit aan de kook en voeg dan 1 kg geleisuiker toe op elke 750 ml sap. Breng weer aan de kook en laat dit 4 minuten doorkoken.

Vis de potten met een tang uit het kokende water en zet ze op hun kop op een schone theedoek tot je ze nodig hebt.
Als de gelei klaar is, in de potten gieten, dichtdraaien en weer 10 minuten op hun kop zetten.

Oordeel van de kleine chef: hij heeft het nog niet geproefd. Ik wilde het recept snel bloggen, want nu bloeien die paardebloemen! Ik zal morgen eens wat door zijn yoghurt roeren.


21 januari 2011

Appelstroop en perenstroop

Deel 4 van Chef Mama vs The Real Thing
 

 
Over het hoe en waarom van het koken van producten die je beter en goedkoper in de supermarkt koopt, klik hier voor deel 1.

Och, wat paste dit recept weer mooi in het streven van deze serie. Eerst sjouw je een paar kilo appels naar huis en vervolgens heb je na 2 uur koken een (1!) jampotje stroop, waar je nog niet tevreden over bent ook. En dan weer terug naar die supermarkt voor poging 2…

Pas na het maken van mijn appelstroop ben ik eens gaan kijken wat er nu eigenlijk in echte appelstroop zit, want die van mij werd niet donker, maar rood (tweede foto boven). Heel mooi rood eigenlijk, maar toch niet wat ik verwachtte. En de smaak was ook anders. Ik miste de rinse (friszure) smaak van echte stroop.


Nu blijkt dus dat er verschillende ingrediënten worden gebruikt. In de bekende rinse appelstroop zit voornamelijk suikerbiet (zo’n 70%!), omdat het ongetwijfeld goedkoper is en natuurlijk zoeter. De stroop van het eigen merk van Albert Heijn bevat voornamelijk bietensap (beetwortelsap). Dit maakt de stroop ook zoeter en vast ook zo mooi donker. Dat wil ik nog wel eens proberen, maar dan is het eerst wachten op de volgende verse bieten. Ook kwam ik de tip tegen om het met een deel vlierbessensap te maken. Ook daarvoor moet ik nog even wachten…
Frutesse zet trots op de voorkant van hun potje Maestrichter Fruitstroop (peer, appel en druiven) dat er geen kristalsuiker in zit, maar in de ingrediëntenlijst staat wel glucosestroop. Nee, er zit ook geen zwart geblakerde kipfilet in, maar dat zet je toch ook niet op de voorkant? Dat is weer eens misleiding. Ik zou er zelf trouwens niet zo trots op zijn dat er glucosestroop inzit. Die is tegenwoordig meer in opspraak dan kristalsuiker, omdat het dikmakend zou zijn en diabetes en hartkwalen in de hand zou werken.



Wat de kleur betreft zou het wel eens kunnen dat het sap in de fabriek heel langzaam wordt ingekookt, maar ik zag het niet zitten om mijn litertje sap een half etmaal op het gas te laten staan. Uiteindelijk lukte het overigens wel.

Gebruik voor de stroop zeer rijpe appels, want daar zit minder pectine in. Samen met zuur en suiker zorgt pectine ervoor dat de stroop een gelei zal worden en dat is goed, maar overdrijven is ook weer niet de bedoeling. Een beetje pectine is meer dan zat.
Na mijn eerste poging bedacht ik mij ook dat je net zo goed gewoon appelsap zou kunnen gebruiken. En als je een juicer hebt, zou je de hele appel ook direct kunnen centrifugeren om zo het verse sap in te koken.

Voor de recepten eerst maar eens de traditionele methode:

Appelstroop
Voor ongeveer 400 ml stroop

2,5 kilo zoete, rijpe appels en/of peren
250 ml water
250 gr (of meer bij zure appels) suiker (eventueel donkerbruine basterdsuiker)

Was de appels, snijd ze ongeschild in stukken en doe ze met schil en klokhuizen in een grote pan. Voeg water toe en laat ze gedurende 1 uur afgedekt tot moes koken.


Zet een grote vergiet op een pan en leg hier een kaasdoek of fijn geweven theedoek of laken overheen (liever geen wasmiddelgeurtjes!) en stort de appelmoes hierin. Laat dit onder af en toe roeren uitlekken en als laatste kan je de punten van de doek samennemen en de inhoud voorzichtig uitwringen.
Verhit het sap in de pan weer, voeg de suiker toe en kook het in op middelhoog vuur totdat het stroperig wordt. Als een druppel van een lepel valt moet het een draad trekken. Laat het vooral niet te lang doorkoken, want het zal nog aanzienlijk dikker worden bij het afkoelen. Test een beetje op een koud schoteltje!

Maak ondertussen potjes schoon door ze samen met de deksels een paar minuten te koken in een pan met water. Haal ze met een tang eruit en zet ze op een schone theedoek.
Giet de stroop in de potten, draai het deksel erop en zet de potten 10 minuten op hun kop.

En dan de ‘quick fix’:

Perenstroop
Voor ongeveer 150 ml stroop



1 liter perensap (100% sap, dus geen nectar!)
100 gr donkerbruine basterdsuiker

Ik bedacht mij dat je ook direct met kant-en-klaar sap aan de slag kon gaan en peren blijken zoeter te zijn, dus de keuze viel op een fles perensap. Voor de kleur gokte ik dit keer op donkere basterdsuiker. Het procedé van inkoken werkte hetzelfde als bij de appelstroop.
Op het moment dat ik de suiker toevoegde zag ik dat het qua kleur wel goed zou komen. Maar ook bij het inkoken werd de massa opeens veel donkerder, waarschijnlijk door het karameliseren van de suiker. Blijf er nu wel bij en wacht vooral niet te lang, want dan wordt de stroop bitter. Verder had ik nu ook geen last van geleivorming en de donkerbruine stroop liet zich mooi smeren. Op de foto (met het blauwe kommetje) zie je nog de belletjes op de stroop, maar daaronder zat prachtige dikke, donkere stroop!

Kortom; laat dat gedoe met die appels maar zitten. Met het perensap ging het prima.

Oordeel van de kleine chef: tja, de hagelslag met apenfunnies is het enige dat telt tegenwoordig, maar als baby was hij er dol op.

28 november 2010

Kweepeergelei

Van het kweeperensap uit het vorige recept maakte ik kweepeergelei.



Kweepeergelei
Nodig:
Aan 1 liter kweepeersap voeg je 500 gram suiker toe.
Eventueel pectine of geleisuiker (bv Van Gilse Geleipoeder), of je gebruikt direct geleisuiker en vervangt de gewone suiker met de geleisuiker. Het pectinegehalte van kweeperen verschilt per ras. Ik kocht mijn peren bij een Turkse winkel en deze waren duidelijk anders dan de Nederlandse peren die ik op een boerenmarkt kocht (de Turkse peren hadden absoluut geleisuiker nodig).

Zeef het sap door een kaasdoek of theedoek, of anders een fijne zeef. Kook het sap dan eerst verder in, zodat je nog 2/3 over houdt. Meet vervolgens hoeveel sap je precies hebt en bereken de hoeveelheid suiker. Doe het sap terug in de pan, breng aan de kook en voeg de suiker toe. Meng het goed, zodat de suiker oplost.
Zet een schoteltje in de koelkast voor de ‘druppeltest’. Om te testen of je pectine nodig hebt, doe je een druppel jam op het koude schoteltje. Als het stolt, heb je geen geleisuiker nodig. Als het toch vloeibaar blijft, gebruik je pectine of een zakje geleipoeder (let op de hoeveelheid en bereken hoeveel je nodig hebt). Doe dan nogmaals de druppeltest. Als de druppel stolt, is de gelei klaar.
Ondertussen zet je goed sluitende, schone (weck)potten in een pan kokend water. Laat dit even koken, vis ze eruit en zet ze op hun kop op een schone theedoek.
Giet de potten vol met de gelei, draai ze stevig dicht en zet ze 10 minuten op hun kop. Zet ze dan weer rechtop neer en laat ze afkoelen.

Oordeel van de kleine chef: we slaan het even over. Hij vindt jam ook geen normaal broodbeleg. En meneer wil geen stukjes in zijn vla. Eigenlijk wil hij al een tijdje ook geen vla meer.
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...