28 oktober 2011

Zweedse gemberkoekjes


Kennen jullie nog (of weer, zoals ik) die film van Pippi Langkous waarin ze kerst viert? Ze bakt daarin een tafel vol met Zweedse kerstkoekjes (pepparkakor), die ze eerst heeft uitgerold op haar vloer. Overigens maakt zij behoorlijk dikke koeken; de echte horen flinterdun te zijn, maar dat is bij het uitrollen op je houten vloer niet haalbaar en op het aanrecht gaat dat ook nog niet zo soepel. Maar ze zijn prima te eten als ze wat dikker zijn.

Tommy en Annika zijn er wel mee in hun sas:







En weet je wat zo stom is: ik moet altijd huilen aan het einde van deze film. Dat soort dingen zijn gekomen met het moederschap… Pippi zit in de film helemaal alleen achter haar raam en in elk ander huis vieren de families kerst met mooie kado’s, maar niet bij haar. Zij heeft ook kadootjes voor alle kinderen van het dorp, maar niemand komt het halen. Nee, zij zit met haar paard en aapje, en lekkernijen, genoeg voor een weeshuis. Maar haar vader zit op een schip op de Stille Zuidzee en haar moeder is in de hemel en “kijkt op mij neer”. Pippi doet alsof men haar groet en zwaait terug naar de sneeuwvlokken en precies op dat moment zit ik weer in tranen. Met Kleine Chef op schoot. Gelukkig komt het allemaal goed later. Maar toch. Ik vind Pippi erg sympathiek en zo’n meisje verdient het toch niet om alleen te zitten.

Het is nog geen kerst, dat weet ik, maar deze speculaasachtige koekjes passen ook best bij het herfstweer. Maak ze wel flink op smaak; de genoemde hoeveelheden specerijen zijn maar een begin. Proef het deeg aan het einde en voeg meer toe als je dat nodig vindt.  Ze horen afgeladen met smaak te zijn. Ook kan je ze goed versieren met glazuur.

Zweedse recepten noemen vaak hoeveelheden die belachelijk op mij overkomen; het recept hieronder gaat uit van bijna een kilo bloem, om 250 koekjes van te bakken. Rest mij alleen nog de vraag: waarom??? Ik heb van alles een kwart genomen.

Ik gebruikte overigens gewone suiker voor mijn koekjes, maar ik heb hieronder bruine basterdsuiker genoemd. Omdat de koekjes maar kort in de oven hoeven, bakken ze niet bruin en met gewone suiker blijven ze wel erg bleek.


 

Zweedse Pepparkakor
Bron: Bonniers Nya Kokbok – Britt Sandquist-Bolin

75 gr roomboter, op kamertemperatuur
125 gr bruine basterdsuiker
25 ml keukenstroop
50 ml water
½ el gemberpoeder
½ el gemalen kaneel
¼ el gemalen kruidnagel
¼ el gemalen kardemom
eventueel wat zeer fijn geraspte sinaasappelschil
¼ el bakpoeder
280 gr bloem
1 tl zout

Roer de boter, suiker en stroop tot een romig mengsel. Voeg alle andere ingredi├źnten toe en kneed het samen tot een soepel deeg. Proef het en voeg extra specerijen toe als je dat nodig vindt. Verpak het in folie en laat dit op een koele plaats 24 tot 48 uur rusten.

Verwarm de oven voorop 200 graden (180 graden hetelucht).

Rol het deeg daarna op een bebloemd werkblad uit tot zo dun mogelijk en steek er met een vormpje koekjes uit. Helaas is er een grens aan wat nog uit te steken is met een vormpje, maar hoe dunner, hoe mooier.
Leg de koekjes op een bakplaat bekleed met bakpapier en bak ze kort in de oven. Een minuut of vijf of zes is waarschijnlijk voldoende; als ze licht kleuren aan de hoekjes, zijn ze klaar.


Oordeel van het smaakpanel: koek is koek, dus ze vinden het wel best. Ze zijn helaas nog niet toe aan het samen maken van koekjes. Dat lijkt me erg leuk als ze nog iets ouder zijn. Al is het alleen al voor het uitsteken van de koekjes, wat nog best een klus kan zijn. Je moet er toch niet aan denken dat je daadwerkelijk een kilo deeg moet verwerken…. Daar heb je nu echt drie kinderen voor nodig!






Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...